Ga naar hoofdinhoud

Wat is de Revit terugkoppeling?

De Revit terugkoppeling of import is de laatste stap in het Innobrix proces. Wanneer je woningen zijn verkocht en je wilt de keuzes van je koper gebruiken om het definitieve model samen te stellen dan is het gebruik maken van de Revit terugkoppeling wellicht jouw beste en snelste manier om dit te doen. De import stap werkt op basis van een ingeladen configuratie (.JSON) bestand en kan alleen succesvol worden gebruikt binnen de documenten waaruit de modellen ook geëxporteerd zijn.

Wat is een configuratie (JSON) bestand?

Het configuratie-bestand dat je uit Innobrix studio kan genereren zou je kunnen vergelijken met een boodschappenlijst. Het bevat geen geometrie maar simpelweg een lijst met groepen waaruit de geselecteerde Woning bestaat. Het bestand bevat ook de Configurable naam van waaruit de Woning is gemaakt (wat gelijk is aan de Innobrix: Type(s) parameter). Het configuratie bestand kan in Innobrix gedownload worden op 2 verschillende plekken:

  1. Binnen de Plan-Editor: selecteer één of meerdere Woningen en klik vervolgens op het -icoon
  2. Op de Configuraties-pagina in de Studio: klik op de ... naast een beschikbare Configuratie en klik vervolgens op het R-icoon.

Het is van belang dat er een relatie bestaat tussen de situatie in Innobrix en de situatie in Revit. Dat wil zeggen dat de woningen die in Innobrix bestaan in principe ook overeenkomen met de situatie die in Revit bestaat.

Wanneer je een configuratie-bestand in gaat laden zal de Innobrix add-in je vragen om een eigen parameter. Deze parameter dient:

  • Instance gebaseerd te zijn
  • Op alle Model Groups aanwezig te zijn

Deze parameter legt de link tussen de Woning in Innobrix enerzijds, en de collectie van Model Groups waaruit een woning bestaat in Revit anderzijds.

Matchen

Het is dus van groot belang dat de inhoudelijke vulling van deze parameter in Innobrix en Revit EXACT overeenkomen!

Bouwnummers

Wat gebeurt er tijdens het importeer proces?

Zodra er een configuratie .JSON bestand is ingeladen en het importeer proces wordt gestart zal de Innobrix add-in bezig gaan met de volgende acties:

  • Op basis van het configuratie .JSON bestand uitwisselen van Model Groups wanneer er een groep in de basis situatie bestaat maar die niet in het configuratie-bestand gekozen is.
  • Op basis van het configuratie .JSON bestand, het instantiëren van Model Groups die niet in de huidige basis situatie staan maar wel in Innobrix gekozen zijn.
  • Op basis van het configuratie .JSON bestand niets doen met Model Groups die zowel in de huidige basis situatie bestaan, en die ook aanwezig zijn in het configuratie-bestand.
  • Nadat de groepen zijn uitgewisseld worden eventuele materiaalwissels toegepast op de elementen binnen de groepen die het betreft. De groep wordt uniek gemaakt.
Materiaal parameter

Het is voor eventuele generieke elementen belangrijk dat de Materiaal parameter een editable veld is. Voor materiaal wissels die specifiek op Wall family elementen zijn toegepast is het belangrijk om doelmaterialen als Family types beschikbaar te hebben aangezien Walls geen materiaal parameter bevatten maar zijn voorzien van materialen op basis van hun 'structure'.

Hoe weet de add-in welke groepen uitgewisseld moeten worden?

Het configuratie-bestand binnen zoekt op basis van Innobrix: Type(s) in combinatie met de lijst van groepen die de juiste Floor (deprecated, en alleen nog voor oude modellen van toepasbaar) , ColumnenRowparameters bevatten. Het is echter aannemelijk dat je éénModel Group` voor meerdere bouwnummers (of zelfs types) hebt gebruikt.

Stel je voor dat de Model Group voorgevel van 'Bouwnummer 1' ook gebruikt wordt voor 'Bouwnummer 2'. Slechts één van de 2 groepen is voorzien van Innobrix parameters.

Beide groepen zijn instances van elkaar.

De add-in weet op basis van de eigen gedefinieerde parameter onderscheid te maken.

2 instances: 2 verschillende 'Innobrix: Types'

De add-in kan niet goed detecteren wanneer 2 Model Groups (die instances zijn van elkaar) als 2 aparte groepen naar Innobrix geëxporteerd zijn. Mocht de add-in dit probleem constateren, dat wordt de groep overgeslagen tijdens het import proces en zal de add-in het proces continueren. Het log-bestand van de add-in zal het probleem ook vermelden mocht dit worden geconstateerd.

Onzeker import Deze issue kan op 2 manieren worden opgelost:

  • Door het uniek maken maken beide groepen zodat ze geen instances meer van elkaar zijn, of
  • Door de ;-seperator te gebruiken zodat je één groep nodig hebt voor het exporteren en importeren.